Textiel heeft een voor- en een achterkant.
Tenminste… zo denken we.
In de tentoonstelling Subtiel Textiel – voorbij de keerzijde in deWeverij (Evergem) werd precies dat vanzelfsprekende idee onderuit gehaald. Niet alleen letterlijk — door werken te tonen die zich langs meerdere kanten laten bekijken — maar ook mentaal: hoe kijken we eigenlijk naar textiel, naar kunst, naar materiaal, naar elkaar?
Curator en textielkunstenares Lieve Vanmaele vertrok van een eenvoudige maar scherpe observatie: we zijn gewend om dingen van één kant te bekijken. Een schilderij heeft een voorzijde, een tapijt een goede kant, een ruimte een richting. Maar textiel verzet zich daartegen. Het heeft structuur, diepte, doorlaatbaarheid en tactiliteit. Het bestaat bij gratie van lagen.
En precies dat werd het uitgangspunt van deze tentoonstelling.
De ruimte als weefsel
In plaats van een klassieke opstelling koos Vanmaele voor een ruimtelijke interventie. Fijne draden verbonden de werken van zes kunstenaars — Katrien Everaert, Trui Demarcke, Janne Gistelinck, Ina Hillewig, Mileen Malbrain en Hilde Windels — tot één geheel. Niet als decoratie, maar als een soort architectuur van lijnen.
Ze omschreef haar rol treffend als: “subtiel afwezig”.
De curator werd geen regisseur die kunstwerken positioneert, maar eerder een wever die relaties zichtbaar maakt. De tentoonstelling was daardoor geen verzameling objecten, maar een veld van spanningen: licht versus zwaar, zacht versus hard, natuur versus technologie, zichtbaar versus verborgen.
Zelfs geluid kreeg een plaats. Geluidskunstenares Eline Vanduyver (E_Mousai) maakte een soundscape opgebouwd uit opnames van weefmachines. Het ritme van arbeid, ooit puur functioneel, werd hoorbaar als poëzie — en tegelijk als industrie. Ook hier weer: twee kanten van hetzelfde.
Textiel als gedachte, niet als techniek
Wat vooral opviel: geen van de kunstenaars gebruikte textiel op een traditionele manier. Het ging nauwelijks over kleding of decoratie. Het ging over waarneming.
- Katrien Everaert onderzocht rouw en hoop in gelaagde werken waarin sisal, papier en was elkaar kruisen. Haar werk toont hoe emoties nooit eendimensionaal zijn.
- Trui Demarcke werkte rond zwaartekracht: licht en zwaar blijken geen tegenpolen maar verbonden krachten.
- Janne Gistelinck vertrok van het jacquardweefsel en zijn binaire code — de historische voorloper van de computer — en verweefde beelden van lichaam, landschap en technologie tot een nieuwe realiteit.
- Ina Hillewig gebruikte pluisjes uit gedragen kleding. Afval werd geheugen: sporen van lichamen en tijd.
- Mileen Malbrain bouwde een fictief laboratorium waarin ijzerdraad en vervormde yoghurtpotjes nieuwe organismen verbeelden — ergens tussen plant en dier.
- Hilde Windels werkte met vlas als een huid tussen mens en ruimte, een materiaal dat licht vangt en architectuur zichtbaar maakt.
De rode draad: textiel werd geen medium maar een manier van denken. Het verbond biologie, technologie, ecologie en emotie.
Voorbij de keerzijde
De titel bleek geen metafoor maar een uitnodiging.
Wie rond de werken liep, zag dat een achterkant geen achterkant is. Schaduw werd beeld. Doorzicht werd vorm. Wat eerst decoratief leek, kreeg betekenis. Textiel dwong de bezoeker letterlijk te bewegen en anders te kijken.
En dat is misschien de belangrijkste les van deze tentoonstelling:
textiel gaat niet over oppervlak. Het gaat over relaties.
Tussen vezels.
Tussen materialen.
Tussen mensen en ruimte.
In een tijd waarin we gewend zijn snel te scannen en onmiddellijk te oordelen, toont Subtiel Textiel iets verrassend actueels: begrip ontstaat pas wanneer je rond iets heen durft te gaan — en ook de verborgen kant bekijkt.
Of, zoals Oscar Wilde het ooit formuleerde en in de tentoonstelling werd aangehaald:
“The pure and simple truth is rarely pure and never simple.”
Misschien is dat precies wat textiel al eeuwen doet: ons leren dat werkelijkheid geweven is, nooit vlak. En dat kijken eigenlijk een vorm van langzaam denken is.
Je leest het volledige interview met curator Lieve Vanmaele op de website van DeWeverij.
