Opvallend veel high-end bedrijven bieden vandaag wantapijten – of wandbekleding met illustraties die schatplichtig zijn aan wandtapijten -aan. Van klassieke tot hypermoderne kunstige creaties, de trend is niet te negeren en de Belgische producenten spelen hierin al eeuwenlang een vooraanstaande rol. (illustratie: Arte International).
Wat is tapestry eigenlijk?
Tapestry is de term die gebruikt wordt voor – soms handgeweven – wandkleden. Wandkleden gaan terug tot de middeleeuwen en de renaissance, waar ze naast roemrijke jachttaferelen en bijbelse verhalen ook gebruikt werden om de koude stenen muren te temperen en de akoestiek te verbeteren. Ze bestaan soms uit meerdere panelen die samen één verhaal vormen. Een geweven schilderij, zou je kunnen zeggen. Het is dan ook geen toeval dat ze vooral voet aan wand (sic) krijgen in brutalistische architectuur.
Waarom komt tapestry terug?
In interieurarchitectuur is tapestry het nieuwe ‘hot’. Ze worden ingezet als “soft architecture”: grote textiele vlakken brengen kleur, textuur, akoestische demping en warmte in minimalistische ruimtes met beton, glas en staal.
De hernieuwde aandacht voor ambacht, “slow design” en tactiliteit in reactie op digitalisering maakt handgeweven of beperkte series wandtextiel aantrekkelijk voor verzamelaars en ontwerpers.
Er is ook een kunsthistorische herwaardering: vanaf de 20e eeuw werkten moderne kunstenaars (zoals Miró, Léger, Calder) met ateliers in Aubusson enz., waardoor tapestry opnieuw als volwaardig artistiek medium wordt gezien, niet enkel als decor.
In trendrapporten voor interieurdesign 2025–2026 wordt tapestry expliciet genoemd naast andere rijke materialen (bijvoorbeeld gemengd marmer) als middel om moderne ruimtes karakter en gelaagdheid te geven. En vooral om van het interieur een persoonlijk dagboek te maken.
Ook de migratie en de globalisering heeft een onmiskenbare invloed op de herwaardering van het wandtapijt. Tapijt is cultureel verankerd bij onder meer de Berbers, Marokkanen, Perzen, en nomadische volkeren uit onder meer Mongolië en Kyrgystan. Voor hen zijn wandtapijten de weerslag van een verhaal, een ervaring of een beleving met diepere waarde. Onderstaand wandtapijt (L) is een ode aan de woestijn, een verhaal dat op abstracte wijze wordt vormgegeven.
Opvallend is ook de creativiteit en de vrijblijvende vormgeving, vaak tot standgekomen in functie van het voorhandenzijnde materiaal. Patronen refereren naar culturele achtergrond, zoeken naar evenwicht en structuur, of de ontwerp(st)er laat zich leiden door de inspiratie van het moment. het is precies dat verhaal dat in het westen een voedingsbodem vindt. De vrijheid van de creatie, niet belemmerd door het fluïde canon van de opgejaagde maatschappij.
Verweven met de Belgische geschiedenis
Het wandtapijt, met name de Vlaamse variant, kent een rijke geschiedenis die symbool staat voor luxe en vakmanschap.
Oorsprong (13e-14e eeuw)
Wandtapijten ontstonden in de 13e eeuw in Noord-Frankrijk en de Lage Landen, vooral in Doornik. In de 14e eeuw bloeide de productie op in Brussel, Brugge, Oudenaarde en Gent, waar de lakenindustrie al groot was.
Hoogtepunt (15e-16e eeuw)
Brussel werd vanaf de late 15e eeuw het leidende centrum, gevolgd door Oudenaarde en Antwerpen als handelscentrum. Duizenden tapijten werden geweven voor koninklijke hoven, met strenge keurmerken voor kwaliteit vanaf 1544.
Heropbloei en neergang (17e-18e eeuw)
Smaakverandering en godsdienstoorlogen zorgden ervoor dat het wandtapijt geleidelijk neerging. Het leefde nog even op in de 17e eeuw met barokontwerpen van Rubens, maar concurrentie en Franse bezettingen leidden uiteindelijk tot de ondergang. Na 1830 herontdekte België zijn erfgoed in de musea.
